Berichten in de categorie: blog

mijn kleine jubileum

Vandaag vier ik een klein jubileum. Vandaag schrijf ik 365 dagen ononderbroken achter elkaar. Elke dag drie aviertjes vol. Ik ben er vorig jaar, op 13 juli 2016, mee begonnen op uitnodiging van een lieve vriendin. Ze had in een boek gelezen dat je je creativiteit ruim baan kan geven door elke dag te schrijven, regelmatig kunstmomenten in je leven in te bouwen, en nog wat. Zover ben ik niet gekomen, dat schrijven leek me een hele leuke uitdaging. Vandaag dus voor de 365e keer, ik heb geen dag gemist. Dat zegt wel iets over mijn plezier in het schrijven. Al met al kom ik vandaag op ruim 680.000 woorden. Omgerekend naar boekpagina’s zijn dat er zo’n 2400, goed voor twaalf boeken. Zo heb ik voor mezelf duidelijk gemaakt dat het schrijven van een boek in een maand kan. Zonder er iets anders voor te laten, want ik ben gaan schrijven voor mijn dagelijkse agenda aan, ik sta gewoon eerder op. Elke ochtend om zes uur zit ik aan tafel. Daar komt weinig tussen.

Wat ik schrijf? Wat me voor de pen komt, wat er zich voordoet. Een herinnering, een gedachte, iets over de dag van gisteren, een dingetje dat vandaag te doen staat. Vaak zijn die kleine dingen aanleiding om iets meer over op te schrijven. Soms komt er een verhaaltje boven over vroeger thuis, over mijn schildpad die over het tapijt kroop, of over mijn moeder die slagroom klopte. Ik herinner me dan weer het groene bakeliet van de slagroomklopper, en het filmpje dat mijn vader ervan maakte, en dat soms, om haar te plagen, versneld afdraaide op de acht millimeter-projector. Zodat het nog veel sneller ging dan het al ging. Zwarwitfilms waren het, met van dat flakkerende licht en zo’n zwart kader om het filmbeeld heen, met afgeronde hoekjes. Het geluid van de ratelende projector. Af en toe een haar in beeld, die dan weer, door de luchtstroom van de ventilator, wegvloog. Ik weet het nog allemaal, en als ik schrijf blijk ik nog meer te weten.

Begonnen als een aardige uitdaging weet ik nu, na een jaar, hoe schrijven belangrijk voor me is. Taal is, zeg maar, echt mijn ding, om met Paulien Cormelisse te spreken. Mensen die mijn verhalen lezen, geven terug dat ik beeldend schrijf, dat ze enthousiast zijn, verrast door een kleine twist, geraakt door de mooie observaties, de kleine gedachtensprongen. Wereldschokkend is het allemaal niet, oorlogen worden er niet mee gewonnen of verloren. Mijn verhalen zorgen soms voor een kleine glimlach om de mond, een kleine twinkeling in de ogen, temidden van de gewone dagelijkse dingen. Dat is genoeg. Dat is al heel wat.

groot

Als ik de blaadjes van de es eraan zou kunnen kijken, zou ik het graag doen. En tegelijk weet ik hoe snel deze jeugd, deze frisse voorjaarsperiode, voorbij is en de grote zomer begint, waarin alle blad diepgroen is geworden, alles van hetzelfde, alles zwaar en ondoordringbaar. Het frisse, lichte, jonge, veelbelovende van nu, dat gaat alweer veel te gauw over in dat vaste, zware, bijna definitieve. Alsof het altijd zo geweest is en altijd zo blijven zal. Hoe kort kun je genieten van de jeugd, en hoe lang verlang je er naar terug? Het is zo voorbij. En toch, een kind wil groter worden. Ook al zeg je dat daar nog tijd genoeg voor is, als groot mens, toch wil dat kind groot. Ooit schreef ik een versje in poëziealbums, ik meen dat het van Nico Scheepmaker is: ‘Droom niet van latere, betere jaren, de dagen van nu en van straks gaan voorbij. Ze dorren als gras en ze vallen als blaren, wees liever vandaag maar gelukkig en blij’. Internet kent het niet, zo hoogstaand zal het niet geweest zijn, en al te lang geleden voor het wereldwijde web. Begin jaren ’80, denk ik, dat ik het overschreef. Er moeten nog kinderen zijn die het in hun albumpje hebben staan. Ergens. Die zijn ook alweer bijna 45, denk ik dan.

met of zonder

Mijn kies wordt gerepareerd. ‘Dat voelt zeker als een groot gat?’, vraagt Frank, de tandarts. ‘Ja’, zeg ik, ‘als een heel groot gat’. ‘Valt mee’, zegt hij, ‘er is een brokje van een kies af, een klein bultje maar, dat wordt een kleine vulling. Met of zonder?’. ‘Als het zonder kan, dan maar zonder’, zeg ik. ‘Valt mee’, zegt Frank nog een keer en hij begint. En ik moet zeggen: het valt mee. Stapje voor stapje praat hij me door de behandeling heen. Een beetje afvlakken, een beetje opruwen, drogen (want composiet en vocht gaan niet samen). Watje hier, watje daar. Bandje er omheen, aanschroeven, vulling aanbrengen, drogen, beetje bijwerken en klaar. Ik zag er wel wat tegen op, net twee weken bij een nieuwe tandarts en nu al een dijk van een gat. Maar het valt mee, het kleine brokje is goed gevuld en Frank en ik kunnen het vanaf nu goed vinden. Zonder verdoving sta ik na twintig minuten weer bij de auto. Stine ligt lekker te slapen, achterin.

vroeg op

Vroeg op betekent: buiten donker. Ik zie geen hand voor ogen, de tuin in. Ik sliep wat onrustig, kennelijk was ik al bezig met opstaan, de halve nacht. Vier uur, vijf uur, kwart over vijf, enzovoort. En dan toch voor de wekker van zes uur wakker zijn, ik mag mezelf wel een compliment geven dat het zo goed gaat, dat matineuze.

Ik kan me als jongen niet herinneren dat ik vroeg opstaan leuk vond. Op de middelbare school had mijn moeder de grootste moeite om mij op tijd uit bed te krijgen. Mijn schoolvriendje Kees, een buitenkind, kwam een aantal kilometers op de fiets naar mijn dorp, parkeerde op ons binnenplaatsje en kwam soms zelfs aan mijn bed staan om me te wekken. De elektrische belinstallatie, die ik zelf had aangelegd, met een drukknopje bij het bed van mijn moeder en een harde bel op de overloop bij mijn slaapkamer, had dan dus al gefaald.

Nu sta ik op met groot gemak, ga heerlijk (koud) douchen en zit elke dag om zes uur, half zeven aan de schrijftafel. Het gaat me goed af. Ik heb er plezier in. De ordening, de rust, de ruimte om me heen, daar geniet ik van en daar floreer ik in. Als scholier gebuikte ik zo de late avond: nog lang ongestoord lezen, huiswerk maken, tot diep in de nacht. Lekker doorwerken en dan naar bed.

Als kind: lezen onder de dekens, zaklantaarntje aan. Radio zacht op Candlelight of op een hoorspel. Paulus de Boskabouter bijvoorbeeld.