schaap

We wandelden, Tammo, Stine en ik. Van ver af zag ik het al: het schaap. Het lag in een kruiwagen tussen twee boerenschuren in, het lag ontspannen over de rand, leek het van een afstand, zoals je ontspannen over de rand van een ligbad kunt liggen, het hoofd naar beneden. Maar de poten staken recht vooruit, stram, hard, gestold in de laatste houding, en zo gestorven. Tammo en Stine konden hun aandacht er niet vanaf houden. Niet dat ze eraan wilden zitten, maar ze wilden het ruiken, ze gingen erachter staan, allebei, in de stroom van de wind, hun neuzen trilden van opwinding. Kennelijk heeft de dood een geur.

Aan de achterkant van het schaap, opzij in de kruiwagen, hing er, als een achteloos gebaar, een nageboorte uit. Een zakdoekje, leek het wel, gebruikt om af te wissen en ergens aan blijven hangen, het was het enige detail dat het verhaal suggereerde. Ik weet: schapen zijn moeilijke bevallers. Dit schaap is misschien in de wei in barensnood gekomen en heeft het niet gered. De boerin heeft het gevonden en opgehaald, zo fantaseer ik leven en dood aan elkaar. Het lam zal het ook niet overleefd hebben, er zijn niet zoveel schapen meer die zelfstandig hun kinderen op de wereld kunnen brengen. Is er geen mens bij, dan is de kans dat het goed fout gaat, groot. Het bewijs lag in de kruiwagen. Klaar om weg te rijden, maar nu nog even tussen twee schuren in. Ik zal de boerin ernaar vragen als ik haar weer zie.

Later kwam ik de boerin tegen. En nee, het was geen zwangerschap, geen lam, geen nageboorte. Soms perst een schaap zijn darmen eruit. Daar helpt niets tegen, dan gaat het dood. Botte pech.

De foto plaats ik maar niet op internet, je zult zien dat er mensen zijn die dat onethisch vinden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *