Falafel

Mijn aangetrouwde achterneefje staat met falafel op de markt. Hoe Jesse mijn aangetrouwde achterneefje is, leg ik later nog weleens uit, eerst die falafel. En de markt. Of misschien allereerst: hoe hij op de markt terecht gekomen is. Vijf jaar geleden reisde Jesse de liefde achterna, naar Israel, en samen zijn ze er een restaurant begonnen. En nog één. Nu woont hij in Groningen, heeft vriend Daan een bakfiets omgebouwd tot foodtruck en staan ze samen twee keer in de week op de Vismarkt, met broodjes falafel in soorten en maten. Eerst hadden ze de sapmarkt even uitgeprobeerd, die doen ze er nu gewoon bij: broodje falafel met een vers sapje, en je lunch is compleet. Het loopt storm.

Dadelijk ga ik naar de Vismarkt. Dat kan makkelijk, want net als Jesse ben ik opnieuw begonnen. Hij vanuit Tel Aviv, ik vanuit Westernieland. Onze werkplekken liggen hemelsbreed tweehonderd meter van elkaar en het is vandaag dinsdag, Jessedag. Dus ik ga mezelf straks trakteren. Op zijn minst op een broodje en een sapje. Eens kijken of ik het vind smaken. En om Jesse even te zien, altijd leuk. Hem ken ik al haast zijn hele leven. En bijna mijn halve. Hij was erbij toen ik afstudeerde aan de kunstacademie, gewoon, omdat hij dat wou. Had-ie tegen zijn moeder gezegd, hij was negen of zo. En dus liep hij mee in de optocht, van het schoolgebouw naar de tentoonstelling, in het zuiden van de stad. Hij wou dat en hij deed dat, toen al.

Nu is hij horecaondernemer met internationale ervaring, hij spreekt Hebreeuws en bouwt aan zijn nieuwe toekomst. Heel af en toe spreken we elkaar, op Terschelling bijvoorbeeld, in de zomer. Vorig jaar liepen we er samen een hardlooptraining langs de dijk, dit jaar was het Blikspuit wat ons samenbracht. Altijd wel een aanleiding, nu is dat een broodje falafel. Mijn vorige falafel dateert van een paar weken terug, ik was in Parijs en zag ergens een volksoploop. Het bleek een succesvol Israëlisch falafeltentje te zijn, op straat werden tickets verkocht, als je betaald had kon je in de rij gaan staan om te wachten tot het bestelde geleverd werd vanuit een loket. Dertien seconden nadat Sjoerd zijn ticket had ingeleverd kreeg hij zijn broodje met overdadige en overheerlijke falafel en wat zuur. Even later was ik aan de beurt. Het was de lange wachtrij en het geld ruimschoots waard. Straten verder lagen de gele servetjes langs de weg en in de vuilnisbakken, overal was duidelijk: hier moet je zijn.

Straks loop ik mijn kantoor uit, de straat uit en de markt op. Op zoek naar een wachtrij. Daarna kom ik terug en doe ik verslag, dan horen jullie het wel. En leuk om Jesse even te zien. Een broodje falafel te proeven. En wie weet hebben ze gele servetjes.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *