Jaarlijkse archieven: 2010

Meer mozaïek

Toeval? Op internet gevonden (‘blog van Letty’):

‘In het oude Groninger Museum is tot 6 september een bijzondere gevelsteen te zien. De steen is ontworpen en gemaakt door de Groninger keramist Anno Smith. Op de steen staan 30 gemeentewapens. Na de oorlog hebben deze Groninger gemeenten afgesproken 1000 goede en betaalbare woningen te bouwen vanwege de heersende woningnood. In Noord-Nederland valt nog veel bouwkeramiek van Anno Smith te bewonderen. De afgelopen jaren zijn al woningen met gevelstenen van hem gesloopt. Vaak worden de stenen zelf herplaatst. Van de Woningplan 1950-gevelstenen zijn de stenen van Ulrum en Leek nog op hun oorspronkelijke plek, Zuidbroek wordt herplaatst, Winsum bestaat ook nog, Vlagtwedde is nu te bewonderen in het museum en de rest….? De gevelsteen is een onderdeel van de tentoonstelling Nu in het Oude Groninger Museum! 100 jaar verzamelen (1894-1994).’

De dertig gemeentewapens staan erop, het eigen wapen groot bovenin. Het randschrift luidt: DEZE STEEN IS GELEGD ALS SYMBOOL VAN DE EENDRACHTIGE SAMENWERKING VAN 30 GEMEENTEN TER VERWEZENLIJKING VAN HET 1000 WONINGENPLAN 1950.

Foto: Jannes Russchen. Wordt wel weer vervolgd, denk ik…

Minder mysterie

Jan van Dijk belt. ‘Met Jan van Dijk’. En hij begint te vertellen. Het mozaïek is gemaakt door Anno Smith, een kunstenaar die destijds in Haren woonde. De driehoek verwijst naar de vorm van een uilenbord, de afdichting van de kopgevel van een boerderij, meestal met een gat erin, om uilen de kans te geven in de boerderij te nestelen. Het bovenste stukje, zegt Jan, heet de tempel.

Anno Smith was destijds een bekend beeldend kunstenaar/keramist en heeft les gegeven. Hij is ook de maker van plaquettes die in de jaren vijftig op woningen geplaatst zijn uit het zogenaamde 1000-woningenplan 1950. Om armoede te bestrijden na de oorlog (en om de stroom mensen te huisvesten die in die tijd uit voormalig Nederlands Indië kwam-red) werd een plan gemaakt om in korte tijd veel betaalbare huurhuizen te bouwen. Het initiatief kwam van de burgemeester van Ulrum, de heet Ottevanger. Samen met architect Hoekstra ontwierp hij een woning. 30 gemeenten in de provincie Groningen deden mee. De huizen werden gebouwd in hoeveelheden van 6, met een minimum van 18. De grond moest gemeentegrond zijn zodat er geen tijd en geld  aan speculatie verloren ging. Elke deelnemende gemeente kreeg ter herinnering een in te metselen plaquette met de dertig gemeentewapens. Gemaakt door Anno Smith.’

Jannes Russchen (Gemeente de Marne) is er mee bezig. Egge Knol (Groninger Museum) ook. En Jaap Ekhart. Ik bel ze.

Toen wij de Oelesprong kochten werden de 18 duizendwoningenplanwoningen in Westernieland, bij ons om de hoek, net gesloopt. Er staan nu 6 tweekappers voor in de plaats. En ja, er zat een plaquette op de muur. Maar waar is die gebleven?

Wordt vervolgd…

Mozaïekmysterie

De Ommelander Courant gebeld, een stukje geschreven, foto erbij en de week erna stond het echt in de krant:

'De voormalige openbare basisschool 'Oelesprong' in Westernieland is verkocht en wordt verbouwd tot woon- en werkhuis. De eigenaren, Sjoerd van der Weide en Wouter Wieringa, zijn op hun zoektocht naar de geschiedenis van het gebouw allerlei leuke verhalen tegengekomen. Maar niemand weet de twee iets te vertellen over de herkomst van het stukje mozaïek dat waarschijnlijk in de jaren zestig van de vorige eeuw aan de gevel bevestigd is. Mensen die iets weten over de oorsprong van het mozaïek kunnen mailen naar info@oelesprong.nl.'

Wordt vervolgd...

Aster frikartii ‘Mönch’

De tuin is weg. Om preciezer te zijn: ons huisje op de volkstuin in Amsterdam is verkocht, de huur van de tuin is overgedragen. Aan Rob, die bij de overdracht trakteerde op heerlijk gebak. Hij heeft er zin in, de eerste boom is al geplant!

Wij hebben de afgelopen maanden ongeveer bij elke reis een aanhanger vol planten meegenomen. Zo is de tuin van Amsterdam naar Westernieland verhuisd. Een aantal borders staat nu tijdelijk vol met vertrouwde planten. Sommige hadden het zwaar tijdens het transport, werden slap, lagen plat. Bijna allemaal voelen ze zich inmiddels erg thuis in de Groningse zavelgrond, een vruchtbaar mengsel van zand en klei. Ze groeien fantastisch. De Aster frikartii 'Mönch' bloeit prachtig paarsblauw en is mooi vol en dicht geworden in de zomer.

In de herfst is het graafwerk om het huis wel klaar, ligt de riolering in de grond en kunnen de definitieve borders, paden en hagen uitgezet worden. Hopelijk hebbben we dan de plannen voldoende uitgewerkt. Dan kunnen alle geparkeerde planten naar hun definitieve stekkie. En komt de parkeerborder vrij voor zijn volgende bestemming: boomgaard. Eggen, inzaaien en vier driekwart- of hoogstam appel- en perenbomen er in. Het liefst oude Groningse rassen, maar wel graag een beetje lekker en een beetje houdbaar. Langs de ene rand groentebedjes, langs de andere rand bessenstruiken: rode, witte en kruisbessen. Een haagbeukhaag ervoor, hondsrozen en vogelbosjes erachter. Lekker ouderwets.

Niet dat het dan klaar is. Maar het is een begin.

het wordt spannend

Anderhalve week niet op de bouw, het lijkt een eeuwigheid. Amsterdam heeft van alles te vragen en te bieden: Sail, werk, afspraken, feestjes. En Westernieland roept. Zaterdagavond om negen uur geven we gehoor. Om tien over elf in Westernieland.

Lekker slapen, ontbijt in de volle ochtendzon. Vertrouwd tochtje op de fiets naar de camping. Zwaaien naar mevrouw Kadijk. Ze heeft een vest aan, het wordt al wat kouder.

En ja, wat is er weer veel gebeurd. Broodjeliggervloeren liggen er in, sommige binnenmuren zijn al gemetseld, waterleiding en riool zijn aangelegd. Maar ook: ojee, dit zit niet goed, klopt dat wel, dat moet toch anders? Gelukkig komt Bertil de aannemer zelfs op zondag langs om de voortgang te bespreken. Vlindermeneer komt mee, kennismaken en hoekjes kijken. Dan zijn er voor hem straks minder verrassingen. Het wordt spannend, over anderhalve week gaat de betonvloer er in en dan moet alles wel kloppen. Dus we gaan komende woensdag alle leidingen langs, alles checken, alles nameten. Liever nu dubbel dan straks fout.

Daarna nog even een gevlinderde betonvloer bekijken bij vlindermeneer thuis, in Uithuizen. Ojee, wordt het zó donker? Iets lichter zou wel mogen. Maar hoe dan? Instrooien met poeder of door-en-door laten mengen in de betoncentrale? Je moet overal verstand van krijgen, overal wat van vinden. En uitstel is er niet, de tijd gaat rap.

Amsterdam roept. We rijden terug. Of heen.

na de bouwvak

Drie weken lang stond de bouw stil. De stilte was te horen. Wij gingen zwemmen of vissen of wadlopen. Binnen bleef alles zoals het was.

Sinds gisteren zijn Herman en Arnold er weer. Koffie met aardbeiengebak, om het te vieren. En om de vakantieverhalen te horen. Zeeland (Zierikzee), Italië (Venetië). Zand, strand. En nu dus weer Westernieland.

De eerste volle container is afgehaald, vanmorgen om tien over zeven. Twee lege er voor in de plaats. De betonnen balkjes voor de nieuwe broodjeliggervloer zijn gebracht. 106 stuks. Ze liggen voor een deel in de bloementuin. Ze moeten toch ergens liggen, zegt Sjoerd. Morgen komen de broodjes: dikke witte piepschuimpakketten waar overheen de verwarming geknoopt en het beton gestort wordt. We kunnen aan het eind van een dag weer zien dat er veel is gedaan, en aan het begin van de dag ons verheugen.

We zijn hier nog twee dagen, dan is de zomervakantie voorbij. Dan is het weer het gewone ritme: door de week Amsterdam, weekend Westernieland. Komende week gaat het westraam er waarschijnlijk uit, dat wil zeggen: de gevel waar het raam komt. Ik zou er graag bij zijn, het lijkt me fantastisch. Maar de plicht roept: Amsterdam, Amsterdam.

vink

Dit is een fitis, zegt Kees, en dat is een pimpelmees. Heb je die huiszwaluw gezien? De boerenzwaluw zit hier ook.

Nog maar net binnen en de vogelnamen vliegen rond. Kees kan ze horen, hij is vogelaar. Toen hij hoorde dat we hier kwamen, bood hij aan: ik wil wel komen om de vogels te inventariseren. Dat wilden we graag! Er is hier de afgelopen vijf jaar geen mens geweest. Een eldorado voor allerlei soorten, die ik niet veel verder onderscheid dan in sijs of drijfsijs. En als je een basis hebt kun je ook kijken hoe die zich gaat ontwikkelen, de komende tijd. We willen vogelbosjes planten, veel struiken met bessen, rozen met bottels. Nestgelegenheid bieden aan klein spul, door struiken te planten met stekels, zodat ze zich kunnen verstoppen voor katten en andere rovers.

Kees en ik waren schoolvriendjes. Het weerzien na jaren is warm en hartelijk. Hij geniet er zichtbaar van, net als ik. We halen herinneringen op met de mildheid die je krijgt, langzamerhand. Hij wil graag volgend voorjaar terugkomen, als de mannetjes en de vrouwtjes elkaar zoeken. Dan hebben ze de meeste praatjes, dan hoor je ze beter dan nu.

Maar hoor, daar heb je de zwartkop, de ekster, de zanglijster. De houtduif ken je wel, maar de holenduif? En zowaar, de vinkenslag. Een vink!

de oogst

Er is een tijd van zaaien en een tijd van oogsten, zegt de Prediker. Nu is de oogst. De combines maaien het graan, de trekkers rijden. Tarwe, rogge, haver, spelt, het is rijp en moet droog van het land. Er hangt veel van af. Goede oogst is meer waard. En je weet maar nooit of het volgende week de hele week regent.

Als dertienjarige kwam ik vaak op de boerderij. Je merkte de toenemende spanning. Ging het lukken, op tijd en goed? Was iedereen er klaar voor? De combine kwam uit de schuur, moest proefdraaien, werd gesmeerd. De weersvooruitzichten werden bestudeerd, de planning gemaakt en doorgesproken met de buren. Ze deden het samen, om de beurt, met elkaar. Er werd toen niet op zondag geoogst. De enkeling die dat wel deed wist: dat hoort niet. Nu wel, zaterdagavond tot diep in de nacht, wagens vol. Tien, vijftien ton per wagen, door het dorp. Uit het raam van de caravan zie ik ze rijden.

Het afgelopen weekend waren in Leens de Historische Dagen. Je kon er zien hoe het oogsten in voorbije eeuwen ging. Blij word je er niet van. Trijntje van 90 heeft het nog meegemaakt. Je werkte je dood op een akkertje vlas.

Hoe high tech het er tegenwoordig ook uitziet, de oogst is nog steeds niet alleen een centenkwestie. Er blijft ook iets glorieus, misschien wel sacraals of mystieks. Het gaat uiteindelijk om voedsel, om het brood des levens. De grootsheid van de natuur en de afhankelijkheid van de mens worden er in zichtbaar. Je kan werken wat je wil maar je moet het doen met wat de natuur je brengt. Fiets er doorheen en je merkt het. De planten die een seizoen lang gegroeid zijn geven hun leven en hun opbrengst prijs. De boer neemt het aan en brengt het binnen.

Nog even en dan gaat de ploeg de grond in. Dan komt het onderste boven en laat de aarde zich weer van zijn donkerste kant zien. De winter komt. Maar nu nog niet. Nu is de oogst. Nu is de glorie.

Edo Grap en Edo Klokje

Mijn wortels liggen in Noord-Groningen. Mijn voorouders komen op één na allemaal van het Hoogeland. Van Leens tot Uithuizen, hemelsbreed 23 kilometer. Alleen mijn overgrootmoeder (helemaal links op de foto, met de jongste op schoot) komt uit Beerta, bij Winschoten. In Westernieland zijn meer dan 20 familieleden van mij geboren of gestorven. Ik wist van mijn grootouders, maar verder niet. Ik ben er achtergekomen toen ik me meer in mijn afkomst verdiepte. We hadden het huis toen al gekocht.

De foto is van ± 1900. Mijn overgrootvader Edo Wieringa (de kale man op de foto) was kapper en horlogemaker. Hij had een salon en een winkel in Leens. Edo Grap werd hij genoemd. Zijn oudste zoon Harm Jan (rechts achteraan, later mijn opa) verhuisde in 1916 naar Delfzijl en begon er zijn eigen horlogewinkel. De winkel bestaat nog steeds. De jongste zoon (links op schoot in het wit), oom Jacob, heeft de zaak in Leens voortgezet. Diens zoon Edo volgde hem later op. Edo Klokje was zijn bijnaam. Vier jaar geleden heeft Edo de deur van de zaak gesloten. Maar voor een batterijtje kon je altijd nog terecht. Hij nam moeilijk afscheid van de zaak, van de aanloop en de gezelligheid.

Op 1 september 2009, de dag van de begrafenis van Edo Klokje, kreeg ik een telefoontje van Gemeente De Marne. Ik stond op de stoep, in Leens. De ambtenaar feliciteerde me. We hadden de inschrijving gewonnen. Het huis werd ons, zoals dat heet, gegund. We mochten het kopen!

Ik legde neer en ging naar binnen, mijn familie condoleren.

klok

In de kerktoren van Westernieland hangt een klok. Een klok om te luiden, zonder uurwerk. Traditie is dat elke zaterdagmiddag om 5 uur geluid wordt. Vroeger ook op zondagmorgen om acht uur, aan het begin van de Dag des Heren. Einde van het werk, begin van het bidden. Nu niet meer. Het bidden is eraf, de kerkelijke gemeentes Westernieland/Saaxumhuizen, Eenrum en Den Andel zijn samengevoegd en gebruiken hun gebouwen om de beurt. Zij bepalen of er zondagmorgen geluid wordt. En dan pas om half tien.

Meneer Prins was de laatste koster. Daarvoor meneer Steinfelder. Frits woonde naast de kerk. Hij was nog klein en het dorp was stil. De klompen van Steinfelder waren van verre al te horen en op zondagochtend wist Frits dan niet hoe snel hij beneden moest komen. Meneer Steinfelder had speciaal voor hem het touw verlengd.

Frits leert het mij nu. Simpel werk, een beetje aan een touw trekken. Maar een mooie slag maken, dat is niet ieders werk. En als je goed luistert herken je wie er luidt. Elk heeft zijn slag. Alleen al er op tijd aan denken en er zijn vraagt discipline. Vaak vergeet ik het. Dan hoor ik de klok en denk ik dat ik er had moeten zijn. Hoeft niet, zegt Janna, die als vaste vrijwilliger luidt. Maar ik wil wel.