twee uilen
Twee uilen. Ik zag ze toen ik vanavond de oprit opkwam, terug van Tammo uitlaten. Het was al donker, maar nog niet onherkenbaar. Van onder de bomen was het nog een beetje licht in de lucht. De dunne maansikkel scheen genoeg bij. Ik deed het tuinhek open. Gewaarschuwd door het klingetje van staal op staal vloog een uil op uit een boom en ging op de nok van het dak zitten. Een tweede uil vloog ook op. Van allebei hoorde ik het klappen van de trage vleugelslagen: flap – flap – flap. De tweede wilde naast de eerste gaan zitten, op de nok. Nummer één vloog precies op dat moment weg. In dat wegvliegen waren ze een ogenblik samen, flapflapflap. Eén beweging, één silhouet tegen de voorjaarsnachtlucht. Was het paren? Ik weet het niet. De ene uil stak de weg over en verdween in de verte. De andere zocht een boom in de tuin, donker tegen de donker wordende lucht.
Ransuilen, denk ik. Verbazend dat die kleine lijfjes zulke brede vleugelslagen hebben. En dat je ze hoort vliegen: flapflapflap.
Ik spaar magische momenten en heb er weer eentje bij.
Reacties zijn uitgeschakeld