Maandelijkse archieven: mei 2012

dáááág!

O, wat een práchtige hond, zei de mevrouw in de tram. Is het ook een liéve hond? Vast wel he? Ja, mevrouw, meestal wel, maar hij kan ook heel ondeugend zijn. En hoe oúd is hij, vroeg ze. 14 maanden. O, wat geweldig, dan kunt u vast nog héél lang van hem genieten. Ze sprak met veel bewondering en nadruk, en legde bij elke zin voorzichtig haar hand op mijn schouder. Of ze niet wilde zitten, vroeg ik, de tram was van het oude type, hij rammelde, kraakte en slingerde wat, en zij was ook de jongste niet. Nee hoor, zei ze, ik blijf staan, bij mij gaan dieren vóór. Toen ze op haar plek was, en wij nog niet, nam ze een ongewoon grote stap, óver Tammo heen. Ze aaide hem onderwijl ook nog even en stapte uit terwijl ze ons nariep: dáááág!

kwaak

Er landde een reiger. Om onze pas geadopteerde blankvoorntjes te grazen te nemen, dacht ik. Tot ik vanmiddag ineens luid gekwaak hoorde. Kikkers in de vijver! Drie stuks, elk in een veilig hoekje. Eerst voorzichtig, daarna stevig kwakend. Vervolgens deden die van de buren in canon mee. Zo was het ineens een meerstemmig koorwerk.

Zouden ze overgestoken zijn van de buren? Hemelsbreed misschien 30 meter, een peulenschil voor een beetje kikker. Of zijn het Amsterdamse gozertjes, gegroeid uit meegenomen kikkerdril?

We hebben in Waterland gewoond, een buitenwijk van Groningen. Daar had je er duizenden. Allemaal kikkers die in mei en juni probeerden de aandacht luidkeels op zich te vestigen. Dag en nacht. Sommige mensen deden er geen oog dicht.

Stadseenden schijnen harder te kwaken dan plattelandseenden. Ze moeten boven de herrie uit. Es kijken hoe het hier gaat. En of die reiger dat aankan.

brug

Je laat de hond uit en daar zijn ze. De jongens op de brug.

Ze dragen de onrust met zich mee. De belofte en het hoekig-zijn. Een beetje duwen en trekken, wat praatjes heen en weer. Het schalt over het water, een voetbal wordt vooruit geschopt, het water in.

‘Is het dan niet koud?’ ‘Nee hoor.’ ‘O.’ Ze klinken nog lang tegen de bomen op, over de velden. Wij lopen door, de hond en ik. De jongens blijven, springen ongetwijfeld het kanaal in. Het wordt vochtiger, het is vroeg, halverwege mei. De lange warme broeierige avonden waarop alles intenser en betekenisvoller wordt, ze moeten nog komen.

De jongens op de brug, ze zijn vroeg. Ze voetballen en springen. Het knettert en ze gaan naar huis.

even

De avond valt. Een enkele lijster zit zich,
hoog op de schoorsteen, van zijn taak te kwijten:
melancholiek het eind bezingen van wat ooit begon
als veelbelovende nieuwe dag. Een kikker kwaakt,
een man slaat in de verte op een stuk hout.

De was die droogde op het rekje buiten
mag nu in huis, het vocht trekt op.
De lampen kunnen aan. Nog geen gordijnen sluiten.
De hond zoekt uit zichzelf zijn mand en wil gaan slapen.

De vogel houdt zich koest. Binnen en buiten
spiegelen zich aan elkaar. Rode gloed
van in de verre hemel, die donkerder en donker kleurt.

Geen kikker die meer kwaakt, geen hond die blaft.
Geen torenklok die hoop geeft.

Wij sluiten het gordijn en mogen slapen.

brrr

Sjoerd heeft lekker in de tuin gewerkt. De afgelopen weken was er een grote inhaalslag te maken. Het gras groeide harder dan de rest. En dan bedoel ik niet alleen de gazons.

We hebben samen een plan gemaakt, border voor border, stapsgewijs en overzichtelijk. Frits hielp met het zwaarste werk: de bosjes en struiken schoon schoffelen. En met de bosmaaier het bos in. Ik deed de gazons, soms twee keer in de week om een beetje egaal gras te krijgen. Steeds een standje lager.

Vanmiddag was ik bezig een boek te maken, in de kamer, met uitzicht over de tuin en de velden. Sjoerd schoffelde lekker door. Er zit bij hem dan geen stopknopje op. Op een gegeven moment hoorde ik geluid dat ik niet direct begreep. Het leek menselijk, iets tussen brommen en schreeuwen in. Ik naar buiten. Bleek Sjoerd te zwemmen in de vijver. Stel je voor, 20 mei! Het is dan wel mooi weer maar de kou zit diep in de grond en dus ook in het water.

Hij schreeuwde het uit en zwom lekker door. Geen groter genoegen dan een lekker bad na een poos hard werken. Brrr.

buurman

Buurman Jan en buurman Gerrit. Ze wonen tegenover ons, naast elkaar. Allebei een eindje in de tachtig. Allebei gaan ze hun gang. Een beetje scharrelen, een eindje lopen, af en toe met de auto weg. Als er wat te doen is staat Jan vooraan. Gerrit komt ook kijken, maar een beetje later.

Behalve buren zijn ze ook zwagers. Jan is al lang weduwnaar, zijn zoon woont bij hem. Naast Gerrit woont Gerrits zoon. Broers van Gerrit wonen in de buurt, broers van Jan ook. Jan en Gerrit zijn met het dorp en met elkaar vergroeid. Niet elkaars beste vrienden maar och, je deelt al zolang zoveel dat je niet anders meer weet.

Ze werken graag nog wat in de tuin. Het gaat niet meer zo makkelijk, de kracht is er uit, zegt Gerrit. Jan knutselt graag een beetje in de garage of schildert een hekje, Gerrit maakt zijn auto schoon.

Ze wonen al bijna hun hele leven in Westernieland. Jan ging op Hemelvaartsdag naar de markt in Eenrum. Gerrit niet, hij houdt niet meer van die drukte. Je komt nog wel eens bekenden tegen, zegt Jan. En ze sommen op wie er allemaal dood zijn. Gerrit is wel eens op vakantie geweest. Hij vond het niks.

Het is mooi weer, ze kletsen nog even op de hark. Dan gaan ze weer. Eten. Op tijd, voor de medicijnen.

vis

Frits doet vis. Dat wil zeggen: hij studeert dierwetenschappen aan de Wageningse Universiteit. Zijn specialisme is vis. En hij heeft er ongelooflijk veel lol aan!

Wij hebben een vijver. En vijver + Frits, dat kun je raden. Zo heeft hij een keer bommetje gedaan terwijl ik op de vlonder in een stoel lag te slapen.

We hebben Frits gevraagd om Hoofd Helderheid te worden. Want een heldere vijver, dat is wat je wil. En hij wou. Dus, Frits, moet er vis in? Ja, er moet vis in. Maar wel met beleid. Want kies je foute vis, dan heb je het gedonder in de glazen, de poppen aan het dansen: viezigheid, het een eet het ander op en voor je het weet zit je vast aan pompen en gemalen. En dat is wat we niet willen. Voorntjes, zegt hij, een paar. Vanavond kwam het verlossende sms’je: ik kom eraan. Met vijf blankvoorns. Wij blij, hij blij, zij blij. Hij heeft ze vrijgelaten. Blijven voor een biertje ging niet, hij moest nog even glasaaltjes checken in Noordpolderzijl. Zo is Frits.

Nu maar hopen dat we straks niet de hele reigerpopulatie van Westernieland en Pieterburen langs de oever hebben staan. Voor een Ikea-ontbijt. Hoofd Helderheid zegt dat het goedkomt. We vertrouwen hem. Op de Helderheid!

(De volgende avond daalt, met een sierlijke vleugelslag, de reiger en strijkt neer op de rand. Wie heeft hem ingeseind?)

familie eend

Meneer en mevrouw eend hebben elkaar en onze vijver gevonden.

Zo op het oog een vredig beeld. Wie het paringsgedrag van eenden een beetje kent weet van de doodsnood waarin mevrouw met enige regelmaat verkeert. Ze houdt dan met moeite het hoofd boven water. Meneer lijkt er geen genoeg van te kunnen krijgen. Dus nog maar een keer. En met een beetje pech willen de buurmannen ook wel even.

Ze drentelen door het gras, man en vrouw, wiebelen de kontjes wat heen en weer, net zolang tot er weer een behaaglijk rustplekje gevonden is. Als ik ze niet stoor met de camera vallen ze lekker in slaap. Gezellig.

Of het echtelijk (on)gerief leidt tot zwangerschap en nakroost, daarvan houd ik u uiteraard graag op de hoogte.

vakantie

Af en toe moet je even weg. Een ander behangetje om je heen. Tapetenwechsel, zeggen de buren. Vorige keer was het Brussel met Marc en Pim. Nu Frankrijk. Een weekendje Amiens met Jan, Vera, Sulivan, Cindy, Thijs en Lies. Daarna apart verder. Caravan mee, Tammo mee, voor het eerst!

Natuurlijk moest Tammo spuiten (tegen Rabiës), pillen (tegen Franse wormen) en smeersels (tegen Franse vlieg- en steekbeesten). De caravan kreeg een beurt. De auto had eigenlijk ook zoiets nodig. Toen konden we weg. Neus naar het zuiden, de file in.

Natuurlijk duurde de reis langer dan gehoopt. Natuurlijk was de camping al op slot. Natuurlijk ging het toen ook nog regenen. En toch was het gezellig, leuk, gemoedelijk. Telkens iets doen met Tammo. En dan weer met de groep of alleen. Het weekend vloog om en we gingen naar zee. Tammo in zee. Op jacht naar de golven. En de golven op jacht naar hem. Heen en weer, steeds maar weer. Blaffen, nou!

En dan slapen. In de caravan. Soms rustig, soms draaien en draaien en draaien. Alert – WAF. En dan weer heerlijk rozig, lekker doorslapen.

We hebben het leuk gehad. En waren o zo blij weer thuis te zijn. Gewoon. Lekker thuis.