27 november 2010. De eerste sneeuw is gevallen. Nog maar pas in de b+b zijn we de koning te rijk, na de kou in de caravan. Papier als beschermlaag op de betonvloer, maar de warmte komt er lekker doorheen. Het oude tafeltje staat in wat later de douche gaat worden en fungeert als keuken, met koffiezetapparaat en broodtrommel erop. Verderop in huis heeft Johan provisorisch een douche gemaakt. Wat al een luxe! Eén raam met enkel glas (zie foto), voor de rest schotten in de kozijnen, die wel de wind maar niet de kou buiten houden. We stoppen steenwolplukken in de kieren tegen de tocht. Het oude Ikea bedbankje slaapt, met een dekbed en een ouderwetse rood met groen geruite wollen deken erop, heerlijk.
27 november 2011. Ik bak appeltaart van Bramley’s Seedlings, grote zure appels, gekregen van de buurvrouw. Het stormt buiten en af en toe komt de zon door de wolken piepen met heftig grillig namiddaglicht. Sjoerd is buiten in de tuin, plant beuken, haagbeuken en een sierappel. Tammo is uitgeteld van een wandeling naar de dijk. Kwam terug als monster, ernstig overstuur van de storm en van zoveel vallende blaadjes om achteraan te jagen. Tot over zijn oren onder de vuiligheid. Toen hij zich uitschudde slingerde de klei door de keuken en spatte uiteen tegen de witte muren. Ik zet thee en roep Sjoerd, die, net als Tammo, moeilijk te stoppen is. Het begint te schemeren, ik doe de lampen aan op halve sterkte en een paar kaarsen. De avond daalt, het is tijd om de gordijnen te sluiten. Op de bank ligt Sjoerd onder de rood met groen geruite deken, op het matje ernaast Tammo. Beiden in diepe rust.
Wij gingen naar Staal. Een voorstelling over jongens.
Moniek Merkx, de regisseur: “Ik wil graag een documentaire voorstelling maken over hoe jongens mannen worden. Tussen 15 en 25 jaar zijn ze in de superkracht van hun leven. Zij zijn de roekelozen, ze durven alles en hebben vaak een sterk lichaam. Maar die kracht mogen ze in het dagelijks leven nauwelijks laten zien. Ze moeten praten, overleggen en onderhandelen en dat vinden ze vaak nogal saai of ongemakkelijk. In Staal zijn jongens stoer, sterk en ongenaakbaar. Hun jongensachtigheid mogen ze in volle glorie inzetten. Maar ze mogen ook klungelen, niet uit hun woorden komen, hangen, onhandig en pijnlijk kwetsbaar zijn. Ze trekken wat mij betreft ook hun camouflagepak uit. Ik vraag me dan nu af of dat troostend is of eerder schaamtevol? Waarschijnlijk allebei.”
Opvallend weinig volwassenen waren er onder het publiek, daar in jeugtheater de Krakeling. Een paar die ik nog kende, van lang geleden. Veel meisjes. En collega-acteurs. Dick van der Toorn (van Loenatik) en Joke Tjalsma (van de Daltons).
‘Jongens waren we – maar aardige jongens.’ Zo opende Nescio zijn prachtige boek Titaantjes in 1915. Dat ging over dromen en wat er van terecht kwam. Dit ging over kracht en kwetsbaarheid, en er mogen zijn.
Ik vond het spannend, vrolijk en ontroerend. En realiseerde me opnieuw dat ik een man ben en een jongen. En 54.
Gisteravond was opera de bedoeling. Elektra van Richard Strauss. Maar ja, kaartjes, waar zijn de kaartjes? Ze lagen daar in dié kast. Maar die kast staat daar niet meer. De hele dag met tussenpozen wezen zoeken. Niente, nada, niets. Uiteindelijk naar de kassa gebeld, ik mocht duplicaten halen. Okee, geregeld, Tammo in de bench.
Op straat zei ik tegen Sjoerd: welke hond is daar zo hysterisch aan het blaffen? Ik terug. Tip van de hondenmeester: laten schrikken. Met een stukje ketting tegen de deur. Het snijdt je door de baasjesziel, maar ja, het moet. Want anders de buurvrouw. Enfin, stil.
We gingen naar de opera. Sjoerd doodkalm, ik met angst en beven. Ojee, Tammo, buurvrouw…
De opera was verpletterend. Eén plaats van handeling: de kerker. Overheersend thema: ontembare haat. Prachtige opbouw van spanning, geweldig om mee te maken in wat ik de top van de wereld noem. We werden er aan het eind zowat uitgeblazen. Zoveel drama, zoveel emotie, zoveel zeggingskracht en volume. Overdonderend applaus volgde.
Post-opera beloning: Sjoerd wit bier, ik rode wijn, samen tacochips met guacamole. In het stamcafé sinds jaren.
Thuis. Tammo. Stil.