Maandelijkse archieven: oktober 2011

1-2-3-

Vraag jonge ouders waar ze het meest over praten… etiegoed en poeptiegoed. Drinktiegoedpiestiegoed. Sinds Tammo’s komst is mijn wereldbeeld op dat gebied aanzienlijk verrijkt.

Tammo is een druk en levendig hondje. Oplettend en aktief. Als hij het druk heeft (en dat is vaak, op een dag) dan heeft hij weinig trek. Een lekkere brok of een plakje worst kan hem dan weinig schelen. Spelen met andere hondjes of een speciale geur aan een plantenbak heeft op zo’n moment een veel hogere prioriteit.

Maar weinig eten zegt niet veel over het andere uiteinde van het hondenlijfje. Op weg naar de winkel moest hij poepen. Dat merk je, hij begint te draaien en zakt door zijn achterpoten. Mensch, wat veel! Dat paste niet in een zakje, dus nog maar één (ik was voorbereid). Op weg naar huis nog een keer. Zoveel voor zo’n klein beest. En toen, ja hoor, perste hij er op het stoepje bij de fietsenmaker nog een vierde zakje uit. Niet vol, maar alles bij elkaar wel een ongelooflijke hoop!

Tammo heeft nog niet gegeten.

piep

Bij het opruimen van de garage kom je de dingen tegen, zo gaat dat.

Lege doosjes, verkruimelende dweilen, veel te veel emmers. Een oude cassettespeler met het luikje open. Het gebroken glas (‘ruim ik later wel op’, dacht ik toen). Je weet weer dat je veel vaker zou moeten opruimen. En dat het veel handiger is om dingen direct weg te gooien. In plaats van jeweetmaarnooit.

Andere dingen waren verloren. Een cd in een opengebarsten hoesje (die helemaal niet in een garage hoort te zijn). De snoeischaar die toch echt op de plank blijkt te liggen, al heb ik al drie keer eerder gekeken. De aardappel die uit de zak gerold is en een eigen leven is gaan leiden. Met prachtig resultaat: de knol verschrompeld, alle energie is naar het licht gegaan, voor wortels en blaadjes.

Ik heb hem op het aanrecht gezet om te fotograferen. Met een beetje gefliebel bleef hij rechtop staan. En kijk, wat een kunst, wat een schoonheid! Hij mag nog even blijven.

 

onderdak

Het wordt tijd. De boel moet onderdak. Het mag dan lekker weer zijn, over twee weken kan het vriezen. Over 9 weken is het nieuw jaar. We hebben ruimte in de garage gemaakt. Spullen aan de kant. De caravan gewassen met de hogedrukspuit, zoals dat tegenwoordig hoort (mannendingen maken veel lawaai, zegt Erwin). En naar binnen. Opgeruimd staat netjes. Hoewel het plein nou wel een beetje erg leeg is, zonder dat gekke alu-ei.

We konden er weken tegenop zien, het was in een halve middag gepiept. Direct ook maar even de wasdroger voor de dag gehaald en aangesloten.

Intussen heeft Tammo zich bekwaamd in het graven van gaten om een kluif in te verstoppen. Met de snuit weer dichtgooien. Kennelijk niet tevreden dus opgraven en opnieuw beginnen. En nog een keer. Telkens een beetje dieper. Niemand heeft hem dat geleerd, hij kan het gewoon!

andere tijden

Met Tammo uit op vuilnisdag. Altijd even met een half oog langs wat er ligt. Wie weet. Ik zie boeken. ‘De ronde van ’43’, door Henri Knap.

En op de straat opent zich een voorbij mensenleven. Auteurs als Simon Wiesenthal, Henk van Randwijk, dr. L. de Jong. Opengewaaid, vochtig. Ontheemd, de baas kwijt. Daartussen ontwrichte Ikea-kastjes, gesloopte luxaflex en oude dweilen. ‘Er komen andere tijden’, zong Boudewijn de Groot. Waar mensen hun hart neerschreven komt nu de vuilnisman. Veegwagentje, klaar.

Wil ik ze hebben? Zal ik ze laten? Ik heb Tammo als excuus, en geen tasje. Ik denk aan Ed Hoornik:

Op school stonden ze op het bord geschreven.
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werklijkheid, de andre schijn.

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.

Even later kom ik er langs op de fiets, wil een foto maken. Er staan drie mensen. Ze kletsen wat. Ze hebben geen idee.

nee hè?

Ik heb je een poosje uit de wind gehouden, beste lezer. Je niet opgezadeld met allerlei informatie over de voortgang inzake ons aanrechtblad. Het is een verhaal van ruim zes maanden, met veel tekst en weinig resultaat.

Afgelopen vrijdag zou het nieuwe blad (na ruim 6 weken liggen) gelijmd worden op de staanders.

Lijmklemmen erop.

Aandraaien.

Nee hè? Ja dus.

Krak.

 

herfstavond

Herfst. Vandaag afwisselend knalblauw en loodgrijs. Zon en hoosbuien. Hagel en wind. We zijn naar het Raadhuis geweest, het enige dat Berlage bouwde, voor Usquert. Onwaarschijnlijk onGronings en toch ook weer niet. Baksteen op zompige klei met een toren tot hoog in de hemel. Nee, zeiden de boeren. Ja, zei Berlage en hij betaalde zelf de extra meters. Daarna naar Noordpolderzijl, het kleinste getijdehaventje van Nederland. Tammo mocht los en huppelde vrolijk met ons mee, de zachte oortjes in een swingende cadans, op en neer.

Het heeft gehageld en gewaaid en het is avond geworden. Onder het daklicht tussen keuken en woonkamer zit ik te werken aan een tijdschrift. Tammo knaagt op een stuk gedroogde pens. Sjoerd is gaan zitten in de zojuist verplaatste fauteuil en komt tot de slotsom dat het daar te donker is om nog te lezen. Er moet een lamp komen maar waar haal je die zo gauw vandaan? Hij gaat Tammo maar eens uitlaten. Die drinkt eerst luid lebberend zijn bak leeg. Dan heeft het ook zin om uitgelaten te worden!

De houtkachel knettert een beetje. Ik schrijf een stukje. Tien minuten later komen de jongens thuis, nat van de regen. Tammo laat zijn stok met tegenzin buiten. Hij wil in de fauteuil. Het is avond. Het is herfst.

hoe kan het gaan

Meer dan twee jaar geleden spraken we over ons plan: cultuur in Westernieland, leven op de Oelesprong. Hoe zorg je er voor dat ons huis weer gaat zingen na al die jaren van stilte. Afgelopen zondag werd het woord vlees. Tilman Gey speelde de sterren van de hemel op zijn prachtige klavecimbel, een replica uit 1991 van een instrument uit 1624. De regendruppels en de boomblaadjes kwamen mee naar beneden. Een prachtig programma. Langs Kerll, Sweelinck, Couperin, Frohberger, Rameau en Bach reisden we weer terug naar onszelf, Westernieland, 2011.

De kamer zat vol aandachtig publiek, overal vandaan: Delfzijl, Westernieland, Groningen, Amsterdam, you name it! Bij de borrel bleek ineens dat deze en die elkaar nog kenden en die en die samen op school hadden gezeten en zo rolde het een over het ander en gingen ze naar huis, anders dan ze gekomen waren.

Wij ruimden de glaasjes op, haalden Tammo van zijn logeeradres en zaten nog even na. Blij, tevreden en heel compleet.