Jaarlijkse archieven: 2011

oud

Al een paar weken is het in mijn achterhoofd een beetje onrustig. Berichtje op Twitter geplaatst, vraagje op Facebook. Zelfs een mail naar de dierenarts: Hoe overleeft Tammo de jaarwisseling? Het kan twee kanten op: hij is schrikkerig en nieuwsgierig tegelijk.

Antwoord van iedereen: erken dat er iets is en maak het niet te groot. Doe luchtig, speel een spelletje en ga weer door met de dingen van de dag.

Wat ik niet had durven dromen: het helpt! De eerste honderdduizendknaller ging af en hij schrok zich het apezuur. Bij de tweede gingen we samen kijken (Tammo bleef wel heel dicht bij me). Bij de eerste carbiddreun deden we een spelletje. Nu ik dit tiep dreunen de donderslagen me om de oren en Tammo slaapt als een rozeke. Draait zich eens om, strekt de beentjes en slaapt weer verder. Hij registreert het natuurlijk allemaal wel maar blaft er niet tegenop. De wandeling de velden in, aan het begin van de middag, was wat dat betreft een goed idee. Smerig en moe, daar doet-ie het prima op. Een explosief met een nagalm van 10 seconden – meneer slaapt. Maar Sjoerd komt zachtjes binnen en Tammo staat in twee seconden bij de deur. (De badeend is overigens naar het uiterste hoekje van de vijver gevlucht.)

De dag is nog niet voorbij, het ergste moet nog komen. We hebben hier in Westernieland een flinke traditie op dat gebied. En Tammo moet nog een keer naar buiten. Maar tot hiertoe ben ik erg tevreden. Ik doe de kaarsen aan. Straks maar weer een spelletje.

Gieser Wildeman

Kerst is: stoofperen. Gieser Wildeman, een kist vol voor twee euro, bij Gerrit, de hobbykweker. Onder het rimpelige schilletje zijn ze gaaf. Beppe schilt. Dat doet ze graag. Als ze schilt, schilt ze door.

Ik doe intussen de appels (Bramley’s Seedlings, de koningin van de appeltaart). Onder het schillen praat het prettig. Dan heb je het over Ineke, die een baby heeft, en over buurman Eisse en zijn zieke vrouw en gaat de tijd voorbij. We stoppen bij een pan vol peren en een taart vol appels.

Sjoerd zet de peren op. Wijn hoeft er niet in, zegt beppe, ze worden zo wel rood. Ik maak het deeg voor de taart. Beppe leest, de Libelle en de Margriet waren samen in de kerstaanbieding. Sjoerd en Tammo gaan wandelen, lekker buitenom, dan mag hij los. Als ze terugkomen zijn de peren gaar en de taart klaar.

We eten wat, doen een dutje, wandelen nog eens met Tammo en de dag gaat voorbij. Het begint te schemeren als beppe de spruitjes doet, Tammo zijn kluif, Sjoerd de aardappelen, ik het vlees. Zo doen we allemaal wat. Het wordt tijd voor wijn en voor de avond.

Na het eten kijkt beppe tv: het journaal en een stukje Frans Bauer. Klein stukje. Ze slaapt binnen twee minuten.

kerst

Kerst is: stoofperen. Gieser Wildeman, een kist vol voor twee euro, bij de hobbykweker. Onder het rimpelige schilletje zijn ze gaaf. Beppe schilt. Dat doet ze graag. Als ze schilt schilt ze door. Ik doe intussen de appels (Bramley’s Seedlings natuurlijk). Onder het schillen praat het prettig. Dan heb je het over ditjes en datjes en gaat de tijd voorbij. We stoppen bij een pan vol peren en een taart vol appels.

Sjoerd zet de peren op. Wijn hoeft er niet in, zegt beppe, ze worden zo wel rood. Ik maak het deeg voor de taart. Beppe leest, de Libelle en de Margriet waren samen in de kerstaanbieding. Sjoerd en Tammo gaan wandelen, lekker buitenom, dan mag hij los. Als ze terugkomen zijn de peren gaar en de taart klaar.

We eten wat, doen een dutje, wandelen nog eens met Tammo (die zowaar uit zichzelf het water in gaat) en de dag gaat voorbij. Het begint te schemeren als beppe de spruitjes doet, Tammo zijn kluif (gekregen van andere Tammo), Sjoerd de aardappelen, ik het vlees. Zo doen we allemaal wat. Het wordt tijd voor een wijntje en voor de avond.

Na het eten kijkt beppe tv: het journaal en een stukje Frans Bauer. Klein stukje. Ze slaapt binnen twee minuten.

naar de kerk

Het gonst in huis. Sjoerd is poortwachter bij het kerstspel in de kerk. Hij maakt zich druk, het moet goed. De helm van Piet en de rok van Janna maken het beeld compleet. Hij gaat alvast. Tammo moet eten, uit en in de bench, dan ga ik ook. Buiten hoor ik de koperblazers in de verte. Dat zachte ontroeren, daar ben ik wel van. Dichterbij herken ik ‘o kom nu naar Bethlehem’. Door het donker ga ik naar het licht, naar Bethlehem. Buiten bij de deur staan de blazers van Orpheus. Ze spelen elk liedje twee keer, heel legato. Gedempt koper in de nacht is op een mooie manier verdrietig. Zegenrijk.

Binnen bij de poort moet je je naam schrijven. Een jongetje en een meisje helpen Sjoerd mee. De kerk loopt snel vol, er kunnen 70 mensen in en die zitten er ook. Het spel wordt gespeeld, de liedjes gezongen, kransjes en chocolademelk. Praatje met de buren, weer naar huis.

Op zoek naar Youtube-liedjes. ‘Mary’s boy child‘ van Harry Belafonte. Vroeger thuis hadden we dat grammofoonplaatje. Zo’n bescheidenheid klinkt er in, verademend! Dan Ramses Shaffy, Liesbeth List en Gerard Alderliefste samen met ‘Vivre/Laat me m’n eigen gang maar gaan’. Herman van Veen, Leonard Cohen en Nina Simone, elk met hun eigen ‘Suzanne’. Ik zing alle teksten uit mijn hoofd mee. Wat zit er toch veel in dit hoofd. Wat is dat leuk!

Wijntje d’r bij, napraten, stukje schrijven. We gaan slapen. Het is een mooie dag geweest.

de velden

Om half vier sluit ik het hek en gaat de wereld open.

Je kan bij ons de straat uit, rechtslinks zo de velden in. Een jong paard knaagt achter zijn hek wat aan een berkenbast. Tammo is nieuwsgierig en bang tegelijk: een stapje vooruit, een stapje terug. Welniet, toch maar niet. Aan het einde van de Oudedijk laat ik hem los. Nou ja, aan de lange lijn. Niet alle boeren zijn blij met loslopende honden in hun veld. Je weet maar nooit wat zo’n beest opjaagt (of doodbijt, dat komt ook voor). En wat hij met zich meebrengt. Natuurlijk is Tammo de liefste en de gezondste. Maar ruzie met de boeren heb ik liever niet.

Elke stap wordt het wijder, ruimer, stiller. De wind langs je oren. Een vogel die opfladdert. Gesleep van de lange lijn, door de plassen. Tammo’s getrippel over het beton. Verder is het stil.

Heen tot aan de eerste dijk, hetzelfde pad terug. Hem maakt het niet uit, mij ook niet, je ziet toch weer andere dingen. Grote plassen, natte smurrie, Tammo verzamelt het in grote hoeveelheden aan zijn vacht. Hoe viezer hoe beter. Straks thuis natuurlijk lekker uitschudden.

Een uur lang komen we niemand tegen. Pas terug bij Klaasjan slaat de hond aan en komt er een auto die verderop omkeert. Een trekker met een wagen, van Amsing. Het paard is naar binnen, zijn baas rijdt met een karretje hooi. Moi, zegt hij. Moi. Rechtslinks, weer thuis.

Tammo blijft in de keuken. Eerst maar even uitschudden.

rol

Vegters rolletjes, wie kent ze niet? Het hele jaar zie je ze niet. Maar in december… de schappen liggen er vol mee. Tenminste, in Baflo. En in al die andere Groningse dorpen. Vegters rolletjes zijn wereldberoemd in heel Groningen. Nieuwjaarsrolletjes zijn het eigenlijk: opgerolde knapperige zoete wafels. In kleine en grote pakjes, kleine en grote dozen. Vroeger waren het witte kartonnen binnendozen met oranjepaarse folie er omheen. Wie slim is koopt de grootste doos, liefst twee. En de volgende dag weer. Vegters rolletjes zijn namelijk on-weer-staan-baar! Sommige mensen hebben er dan het liefst slagroom in, veel slagroom, die er aan beide kanten uit komt piepen. Anderen eten ze puur. Zo iemand ben ik.

Vegters rolletjes worden bij Vegter gemaakt, de naam zegt het al. In Hoogezand, sinds mensenheugenis. Mijn moeder had vroeger een blikken trommel. ‘Vegter’ stond op de deksel. Het hele jaar leeg, in december vol. Om leeg te maken.

Voor wie veel trek heeft zijn er de wereldkampioenschappen. Echt waar, ik verzin het niet. Drie minuten rolletjes eten. Morgenavond, in Martenshoek. Zolang je ze eet gaat het goed. Maar als je klaar bent word je, net als na tien eierballen of na zes pondszakken zoete drop, misselijk.

Laat me even weten of je meedoet.

uit

Leven is in Westernieland een ander gebeuren dan in Amsterdam. Waar je in de grote stad je gemakkelijk in het gezoem en gedruis kunt begeven is het op het land wel even zoeken. Het vraagt andere capaciteiten, andere handelingen. En levert andere ervaringen op.

Tammo zit, heeft zijn riem aan. Ik zeg ‘volg’ en de voordeur gaat open. Even een briefje half onder de bloempot, voor de postbode. Die brengt hopelijk een doosje koffie maar ik wacht er niet op. Dan het hek open en daarmee de wereld. Zwaaien naar de buren, voor als ze kijken. Ik zie dat niet dus zwaai ik. Achter het dorp mag Tammo los. Dat weet hij en zijn hele lijf reageert. Het slingert zichzelf als een kermisattractie het grasveld in, op zoek naar geurtjes en takjes. In de buurt van de bewoonde wereld gaat de riem weer aan. Kijken bij de nieuwbouw (er wordt een huis gebouwd). Vandaag worden de ramen geplaatst, 364 dagen later dan bij ons, en door hetzelfde bedrijf, met dezelfde verreiker. Hoe is het mogelijk!

 

 

We komen Jet tegen die helemaal blij is om Tammo te zien. En omgekeerd. Tammo kronkelt. Kijken bij Hayo, die aan het leemstuken is. Het voelt warm aan, daar in huis. Bijna donzig van akoestiek. Op de terugweg komen we Jet weer tegen. Ze laat een hond uit. Dag Jet, dag Kasper. In de straat zien we Agnes, terug van boodschappen doen, met de bus. Twee zware tassen, af en toe even stilstaan en wisselen. Wij doen boodschappen bij de Coop. Er staat een trekker op de parkeerplaats. Dat zie je niet in de Jordaan.

Weer thuis gaat het hek weer dicht. De postbode komt twee minuten later. Koffie. Lekker!

glas 2

Een jaar geleden werd het glas in ons huis geplaatst, om precies te zijn op 21 december 2010. Meteen de koudste nacht van de winter, het was min elf toen ik wegreed, die ochtend, naar een vergadering. Ik moest flink krabben om de autoruiten schoon te krijgen. De glasboys pakten het beter aan: een gasbrander erop en de grote flappen glas waren zo ontdooid! Een enorme kraan tilde met zuignappen elk raam op zijn plek. Latten erop, kitten, klaar. Het was magisch blauw in de lucht, die ochtend. Als ik de foto’s terugzie valt me dat steeds weer op. Het ijzige straalt er van af.

 

 


Vorige week hebben we een kerstboom uitgezocht bij de Dageraad. Ze bezorgen hier gratis. ‘We zetten hem wel op de oprit.’ De dozen met versiering van zolder gehaald, kijk, het fietsje is er nog. Huisje, paddestoeltje, wat zijn ze al oud! Af en toe gaat Tammo met een engel aan de haal. ‘Los’, en dan maar hopen dat het papier niet al te nat gesabbeld is. Wat vogeltjes er in om het af te maken. Mooi, niets meer aan doen.

Van gas op het glas tot vogeltjes in de boom. Wat een transformatie!

(Op de foto’s zie je twee keer hetzelfde westraam.)

 

dag

Ik schuif de gordijnen open. Een waaier van kleuren ontvouwt zich, van wit tot zwart, van hemelsblauw tot loodgrijs. In het oosten komt de zon op, het streepje hemel boven het huis van Gerrit met een wolkje erlangs getuigt er van. In het westen is de lucht loodgrijs, alsof het nog lang geen dag is. Daartussen alle schakeringen: roodgrijs, groengrijs, bruingrijs, paarsgrijs, violetgrijs. Ik roep Sjoerd, kom eens kijken, voor je het weet is het weer anders. En ja, het is dadelijk weer anders, de magie is er zó van af.
De dingen. Krantje halen in het ene dorp, hondenvoer in het andere, kerstboom halverwege. Wordt thuisbezorgd. ‘We zetten hem wel op de oprit’. Koffie drinken bij Alie en Louis, snert eten bij de Kerstfair.

Anjo komt een kar vol hout brengen. Even doorpakken, ik wil het voor de volgende bui gestapeld hebben. Sjoerd en Tammo maken een flinke wandeling, buitenom richting Pieterburen, langs de oude dijk terug. Gauw een uur. Ik stapel. Een kruiwagen vol naar de woonkamer. De kachel moet aan!

Als-ie brandt, en de appeltaart (weer van Bramley’s  Seedlings) staat in de oven, en alles mengt zich met de geur van natte hond, dan ruikt het in huis naar gezellig. Om kwart over negen nog gauw even een puntje proeven, warm, tussen de kluwens kerstboomlampjes. Nou vooruit dan. Mmmm.

lekker warm

De houtkachel is een Bekkasinen uit Denemarken.

De website zegt: ‘Ontwikkeld in 1927 met het oog op een snelle opwarming en een hoog rendement (80 %). Op één vulling kan de grotere Bekkasinen wel 10 uur blijven branden. De kachel is vervaardigd van plaatstaal en geheel dubbelwandig. Onderin vormt zich een aslaag die als isolatiebodem dient en zorgt voor warmteopslag. Er kan nadat de kachel al lang uit is nog wel 48 uur gloeiende as in blijven bestaan.’

Houtvesters in Scandinavië wilden een kachel die, als je ’s avonds thuiskwam van een dag hakken, nog brandde. En die, als je ’s ochtends wakker werd in je houthakkershutje, nog brandde. Hout genoeg maar geen goeie kachel. Zo ontstond de Bekkasinen

Hij heeft een prachtige plek gekregen, recht tegenover de glazen deuren. Je komt het huis binnen en je ziet hem al staan. Er kan een kruiwagen vol hout in, en dan brandt hij, als het een beetje wil, de hele avond en smeult de hele nacht door. ’s Morgens is hij nog warm!

Straks maar weer even een kruiwagen vol hout naar binnen rijden. Kachel vullen, aansteken, mmmm.