Berichten in de categorie: fragment

niet

‘Even nadenken’, zeg ik. ‘Boodschappen. Dus zeven keer twee zakjes pepernoten, dat is veertien. Voor elke dag elk een zakje’. ‘Ja’ zegt hij, ‘ze hebben tegenwoordig van die handige kleine zakjes’. ‘Nee’, zeg ik, ‘die bedoel ik niet’.

Brood

Al dagenlang was er koud weer voorspeld, hij had vanmorgen de ramen dichtgedaan en zijn pantoffels aan, had besloten dat het wel goed was met de kou, hem zouden ze er niet mee pakken, hij deed er niet aan mee vandaag. Zelfs de krant was niet bezorgd. Pas aan het einde van de dag hervond hij zich, kroop op van de bank, uit zijn boek, onder zijn dekentje vandaan, waar af en toe zijn eigen hond op was komen liggen om te testen of het wat was, die plek op de benen van de baas, op het dekentje, of dat de baas te wispelturig was, vandaag, en er geen rust te vinden viel.

De man was opgestaan en had zich naar de keuken begeven, als automatisch had hij de ingrediënten voor het bakken van brood verzameld, uit de laden en kasten, had ze afgewogen, water op temperatuur gebracht, desem uit de koelkast gehaald en aangevuld met het warme water en de bloem, alle rituelen die belangrijk waren bij het maken van goed brood had hij werktuiglijk gevolgd. Pas toen de vier warme broden uit de oven kwamen wist hij: mijn taak zit erop voor vandaag, ik heb mijn werk gedaan. Hij kon gaan slapen.

Parijs

Ik heb er hier in een paar dagen ruim een kilo aangegeten, vlak voor de vakantie was ik nog druk in de weer met afvallen, gewicht beheersen, opletten op wat er allemaal via de mond naar binnen kwam, aan voedsel en drank. De alcohol heb ik afgeschaft, een half jaar geleden, en de koffie ook. Voor Parijs waren dat toch altijd wel broodnodige ingrediënten, koffie, wijn en eten. Ik herinner me nog de Gauloises, ‘when in France, do as the Frenchmen do’. Een zware sigaret bij een straf bakje koffie, ik heb een tijd gekend dat dat het hoogste goed voor me was, daar in Parijs, toen roken nog mocht en ik het nog wilde. En natuurlijk eten, lekker uit eten, een boutje van dit of een lap van dat. Ook in die zin is er veel veranderd. Deze keer stond ik naast Sjoerd, die staand aan de toog in een leuk klein Frans café zijn eerste bakkie dronk, en ik keek naar hem en voelde geen gemis, geen aandrang om er ook eentje te bestellen. En ik stak geen sigaret op.

Veganistisch eten was een kleine sport voor Sjoerd en mij, gewapend met de iPad, op de rand van het bed, in de kleine hotelkamer. ‘Vegan, Parijs, Marais’, typte ik, en de top tien verscheen, en nog duizenden hits, het viel nog niet eens mee om er een keuze uit te maken. Hamburgers, pizza’s, falaffel, alles was te krijgen, en allemaal in de buurt, op hoogstens een kwartiertje lopen van het hotel, dat ongelooflijk centraal bleek te liggen voor ons hele reisprogramma. Daar had ik wel een beetje op gelet bij het boeken, maar ook weer niet zo heel erg. Het werd uiteindelijk eerst een Vegan Hamburger van ‘Hank’, in een gezellig nonchalant tentje, de volgende dag gemengde groentes in amandelmelk bij Café Pinson, de derde dag Vegan Pizza van een andere ‘Hank’ en de vierde dag lasagne van spinazie en noten bij het vegan restaurant om de hoek, bekend om zijn goede gerechten en drukke bezetting, volgens internet. In alle vier de restaurantjes heb ik heerlijk en gezellig gegeten, meestal met een nagerecht, heel erg betaalbaar en zonder me ook maar een seconde zorgen te maken over de ingrediënten. Lekker en goed. Aan een kop koffie met een Gauloise heb ik geen enkele behoefte meer. En die kilo extra loop ik er thuis in een dag of twee wel weer af.